Geweld door vrouwen

Geweld en criminaliteit door meisjes / vrouwen is een toenemend probleem. Ondanks dat vrouwen een minderheid vormen binnen het penitentiaire systeem en in de forensische psychiatrie (in 2010 respectievelijk 6,3% en 7% verblijvend en 8% en 10,6% instroom; DJI, 2011), lijkt gewelddadig gedrag door vrouwen de laatste jaren toe te nemen, met name onder meisjes en jonge vrouwen. Daarnaast zijn er typen gewelddadig gedrag die net zo vaak voor lijken te komen bij vrouwen als mannen, zoals partnergeweld, kindermishandeling en geweld binnen psychiatrische instellingen.

Over het algemeen is gewelddadig gedrag gepleegd door vrouwen anders van aard dan geweld door mannen, namelijk vaker reactief en in relationele context en minder vaak instrumenteel en seksueel. De meest voorkomende slachtoffers van geweld door volwassen vrouwen zijn de intieme partner of haar kind(eren) en door meisjes de broers / zussen en leeftijdgenoten. Geweld door vrouwen is meer reactief, indirect en binnen sociale relaties en juist minder vaak instrumenteel dan bij mannen. In de literatuur worden hiervoor verschillende verklaringen gegeven (zie voor een uitgebreide uiteenzetting bijvoorbeeld dit artikel van Bennet e.a. 2005). Een veelgenoemde verklaring is de verschillende wijze van socialisatie: bij jongens wordt assertief gedrag sterker aangemoedigd, terwijl bij meisjes het opbouwen van relaties sterker wordt aangemoedigd. In volwassenheid zijn vrouwen meer geneigd zichzelf in termen van hun relatie met anderen te beschrijven dan op hun individuele kenmerken. Vrouwen blijken vaak andere motieven voor hun gewelddadige delicten te hebben dan mannen. Door vrouwen genoemde motieven voor geweldpleging zijn bijvoorbeeld jaloezie, zelfverdediging en het feit dat ze zich niet gerespecteerd voelen door de ander.

 

Risico en beschermende factoren voor geweld bij vrouwen

Onderzoek heeft aangetoond dat voor vrouwen mogelijk andere risicofactoren voor geweld van belang zijn dan voor mannen en dat ongestructureerde klinische risicotaxatie vatbaar is voor gender-based biases. Zowel mannelijke als vrouwelijke deskundigen zijn geneigd het risico van geweld door vrouwelijke psychiatrische patiënten te onderschatten. Gebruik van gestructureerde risicotaxatie-instrumenten wordt aanbevolen om dergelijke vertekeningen te voorkómen. De meeste risicotaxatie-instrumenten zijn echter ontwikkeld op basis van onderzoek uitgevoerd in overwegend mannelijke populaties. Bovendien is het meeste onderzoek naar de waarde van deze instrumenten eveneens uitgevoerd in voornamelijk mannelijke populaties.

Over beschermende factoren specifiek voor vrouwen is nog nauwelijks iets bekend. In de literatuur wordt genoemd dat toewijding naar kinderen, opleiding en financiële zelfstandigheid beschermend zouden kunnen werken. Voor meer informatie over beschermende factoren en de Structured Assessment of Protective Factors (SAPROF) voor het gestructureerd inschatten van beschermende factoren wordt verwezen naar de SAPROF website.

Voor meer informatie wordt verwezen naar de FAM en de boeken Gewelddadige vrouwen en Criminele meisjes en vrouwen.

Voor meer informatie over risicotaxatie-instrumenten voor kindermishandeling en partnergeweld, zoals de B-SAFER en CARE-NL wordt verwezen naar de website van Corine de Ruiter, hoogleraar Forensische Psychologie aan de Universiteit van Maastricht.